Kidzlifestyle

Erna Houtzager geeft (opvoed)advies gedrag peuters

Erna Houtzager van spel- en opvoedadvies bureau Het Kroost geeft regelmatig advies aan Kidzlifestyle bezoekers over het gedrag van jonge kinderen. Nu staat het gedrag van peuters centraal. Hoe help je je peuter zijn eigen identiteit te ontwikkelen, hoe stel je grenzen en hoe ga je om met driftbuien. Je leest het allemaal hier...

Het advies van Erna Houtzager van spel- en opvoedaviesbureau Het Kroost over het denken & gedrag van peuters en hoe je daar als ouder(s) mee om kunt gaan lees je hier, op Kidzlifestyle.nl.

Dichtbij praten

Als je een peuter van veraf iets toeroept, werkt dat vaak niet. De boodschap komt dan niet over. Een peuter kan namelijk niet luisteren naar stemmen die van ver komen. Peuters kunnen luisteren over evenveel meters als ze jaren oud zijn. Als ze 2 jaar zijn, kunnen ze luisteren op een afstand van 2 meter. Als ze 3 zijn, is dat 3 meter. Pas als ze 5 jaar zijn geworden, kunnen kinderen ook over grotere afstanden luisteren, net als volwassenen.

Als ze een jaar of 2 zijn, gaan peuters “ik” zeggen en “nee”. De peuter ontdekt dan dat hij een eigen persoontje is en dat hij eigen wensen en ideeën heeft. Dit is een belangrijke periode waarin een kind een eigen wil en een eigen mening ontwikkelt.
Als een peuter veel wil weten en veel dingen zelf wil doen, dan betekent dit dat hij veel wil leren. Het is voor hem een eerste stapje op weg naar zelfstandigheid. Als een peuter iets kan, is dat goed voor zijn zelfvertrouwen. Hij is trots op alles wat hij leert. Als er iets niet lukt, wordt hij boos of koppig. Peuters moeten nog leren om rekening te houden met anderen. Als ze niet doen wat hun ouders willen en als ze op alles “nee” zeggen, dan doen ze dat niet expres om hun ouders dwars te zitten. Ze zijn alleen aan het onderzoeken waar de grenzen liggen..

Een peuter is nog aan het leren om te gaan met zijn eigen wil. Je kunt hem daarbij helpen door:

Regels zorgvuldig uit te kiezen

Peuters hebben veel moeite met regels of met dingen die niet mogen. Veel regels zijn er uit een soort gewoonte. Die zijn eigenlijk niet echt nodig. Ga eens na welke regels je echt belangrijk vindt. Houd daar dan wel zo veel mogelijk aan vast.

Grenzen te stellen

Als iets echt niet mag, trek dan een grens door duidelijk "nee" te zeggen. Wijk daar niet van af en houd vast aan die grens. Probeer daar ook niet van af te wijken wanneer je een keer hoofdpijn heb of moe bent. Een volgende keer gaan peuters dat tegen je gebruiken. Voor peuters is het prettig als ouders de leiding houden. Dat geeft hen een gevoel van houvast en veiligheid. Aan grenzen kunnen ze zich ontwikkelen.

Peuters te laten kiezen

Geef peuters de kans om hun wil te oefenen door ze te laten kiezen, als dat kan. Bijvoorbeeld: “Wil je je laarsjes of je schoenen aan?”. Soms is er geen tijd om de peuter te laten kiezen of is het voor hem te moeilijk. Vertel hem dan duidelijk dat er nu niets te kiezen valt.

Peuters tijd te geven

Peuters zijn vaak zo verdiept in hun spel, dat ze boos worden als je ze stoort. Waarschuw daarom ruim van tevoren als ze moeten stoppen, bijvoorbeeld: "Als de thee is opgedronken, gaan we boodschappen doen".

Peuters hebben regelmatig een driftbui, vooral als iets niet lukt of niet mag. Ze worden dan overspoeld door hun eigen gevoelens. Hun verstand is nog niet zo ver ontwikkeld dat zij zich kunnen beheersen. Zij kunnen ook nog niet goed praten over hun boosheid, omdat ze nog niet genoeg woorden kennen. Het ene kind heeft meer last van driftbuien dan het andere. En ook de heftigheid van een driftbui kan verschillen. Dit heeft te maken met het verschil in aard tussen kinderen.
Sommige kinderen kunnen zo driftig worden, dat ze buiten adem raken en dan blauw aanlopen. Dat ziet er angstig uit, maar het kan gaan kwaad.

Een peuter moet nog leren hoe hij boos mag zijn. Je kunt hem daarbij helpen door:

Geen aandacht te schenken aan de driftbui

Laat de peuter even uitrazen. Een paar minuten is vaak al voldoende. Let er wel op dat hij zich in zijn drift niet kan bezeren. Sommige driftige peuters vinden het prettig als je hen op schoot neemt of als je ze vasthoudt. Maar bij anderen werkt dit juist averechts.

Duidelijk vast te houden aan wat je wilt

Als je bang bent voor woede-uitbarstingen, geef je misschien te snel toe. Peuters kunnen dan hun driftbuien gaan gebruiken als middel om hun zin door te drijven. Boos worden of straffen helpt niet, want een driftig kind kan zijn gedrag niet meteen stopzetten. Gun daarom jezelf en je peuter even de tijd.

Te troosten

Na een driftbui voelen peuters én ouders zich vervelend. Je kunt op verschillende manieren samen op verhaal komen. Bijvoorbeeld door even te knuffelen of door over de gevoelens te praten: “Wat was jij boos! Gelukkig is het nu weer over”.

Voor meer informatie en/of advies kunt u contact opnemen met Het Kroost. Op korte termijn organiseert Het Kroost ook opvoed workshops.

opvoeding peuters